Verhalen

Verhalen



Eenheid ervaren

De wind blies hard tussen de bergen door. Een adelaar zat rustig op een tak 
te wachten tot de storm geluwd was. De mensen in het dal zaten binnen bij het vuur. 
Toen de zon door kwam zag je mannen hout hakken en vrouwen werken in de groentetuin. 
Kinderen speelden hun sprankelende spel. De adelaar zweefde omhoog. 
Er was één oude vrouw in het dorp die het allemaal gezien had 
en zij was onuitsprekelijk gelukkig.


Ik ben niet goed genoeg

De bloem zei tegen de boom: 'Ik ben te klein.' De boom keek naar de wolken 
en dacht: 'Ik ben niet hoog genoeg.' De wolken waren in een heftige discussie, 
of ze zo stil konden blijven als de maan. De maan schaamde zich diep, 
dat ze het licht van de zon had gestolen. De zon keek jaloers naar 
de mensen op aarde, ze voelde zich alleen en buitengesloten. 
En zag de zonneaanbidders als pesters van haar eenzaamheid. 
De mensen op aarde werden wakker. En herkenden toen hun gedachtes 
als onwaar. Dat veroorzaakte een schokgolf in het universum. 
De zon, de maan, de wolken, de boom en de bloem straalden van vreugde. 
'Ik ben niet goed genoeg', kreeg een monument van staal 
te midden van een zee van bloemen.


God op de hei 

Een vrouw sprak tot God: "Hier wandelend over de hei vraag ik U
een duidelijk teken te geven van Uw bestaan". God verhoorde haar gebed 
door zich krachtig te maken in een windvlaag. En blies haar omver. 
Vanaf de grond riep ze "Satan jou heb ik niets gevraagd"!
God veranderde toen in een lieflijke vlinder met rood, geel, oranje, blauw 
zwarte vleugels en lande zacht op haar arm. Zonder te kijken werd het diertje 
snel weggeveegd, in de veronderstelling dat het een stekenbeest was. 
God zei toen met luide stem: "Vrouw waarom voel en zie je me niet"? 
Zij: "God naar Uw stem heb ik mijn hele leven gezocht en voor gebeden". 
God: "Vind mij voortaan áls het altijd veranderlijke leven en niet in woorden".


Wrok

Een oude man zei tegen zijn vrouw: "Als je wat aangedaan is,
dan stelt dat absoluut niks voor, behalve als je er op staat het te onthouden". 
De vrouw: "Ik ben nog niet dement en ik herinner me iets glashelder". 
Hij: "Het verleden bestaat immers allang niet meer". Zij: "Je droomt lieve, 
de pijn die ik voel, komt door jou. Omdat je 40 jaar geleden vree met die andere vrouw". 
De oude man sloeg zijn arm om haar heen en antwoordde:" Wiens droom is dat"?


Geluk

Een jonge man van 35 was al jaren op zoek om zijn ellende kwijt te raken. 
Hij liep doelloos over straat toen de oude man hem uitnodigde om naast hem te komen zitten. 
Er ontstond een gesprek waarin de jonge man zei: 'Van jongs af aan heb ik het geluk gezocht 
en het niet gevonden, niet bij mijn ouders, noch bij mijn twee kinderen. Niet bij mijn 
vrouw, noch bij mijn minnares. Ook God en rijkdom heeft me niet gegeven waar ik zo 
vurig naar verlang.' De oude man zei: 'Je bent al een eind gevorderd zie ik. 
Je weet dat duurzaam geluk nergens te vinden is, absoluut nergens.' 
'Toch heb ik er mijn rijkdom en gezondheid voor over.' zei hij voorzichtig. 
De oude man zei: '123 jaar ben ik nu en ik kan je wel zeggen ... 
er is een geluk dat nooit ophoudt ... het wordt vrede genoemd, 
als je dat gevonden hebt stopt je zoeken.'


Hun samenzijn was geweldig

Het leven zelf incarneerde in een prostituee en ze was uitzonderlijk gelukkig.
Al snel kreeg ze de liefste klanten en hun samenzijn was geweldig! Het voelde 
als vriendschap en ze gaven haar alles wat ze nodig had. In plaats van het leven 
te danken prees ze haar talenten en met elke overdenking droogde de bron 
van haar geluk verder op. Haar klanten werden ontevreden en nieuwe
klanten behandelen haar slecht. Uit pure frustratie stopte ze met
haar professie. Het werd stil en langzaam keerde het leven terug. 
Ze werd weer blij en ging de kroegen in om de terugkeer van
levensgeluk te vieren. Al snel ontmoette ze de liefste vrienden
en hun samenzijn was geweldig! Het was echte vriendschap 
en ze gaven haar alles wat ze nodig had. 
  

Boeddha in de storm

Een vier meter hoge stenen Boeddha stond verscholen in een hoek
van een eeuwenoude tempel. Tot een enorme storm de tempel neerhaalde.
Het massieve beeld werd blootgesteld aan zon, wind en regen. Jaar in jaar uit. 
De priesters van het land begonnen fondsen te werven om de tempel te herbouwen.
Toen verscheen het beeld in een droom en zei: 'Die tempel was een gevangenis. 
Laat me blootgesteld blijven aan de puinhopen van het leven, 
dat is waar ik thuis hoor.'


Over het water aangelopen

Gisteren kwam er een vrouw uit het water, dwz. over het water aangelopen
met amper haar voeten nat. Weinigen hebben het gezien en zij allen snelden
naar haar toe. Maar zij liep rustig verder zonder een woord te zeggen.
Thuis gekomen werden deze mensen niet geloofd dus hielden ze verder hun mond.
En vergaten bijna dat ze iets wonderlijks gezien hadden, "dat niet waar bleek te zijn".
Eén jaar later kwam er een kind het dorp binnen rennen. Roepend dat ze 
een vrouw met lange haren over het water naar haar toe had zien lopen.
De dorpelingen wisten het kind te overtuigen dat het vast dagdromen geweest waren.
De burgemeester gesteund door alle notabelen van het dorp riepen op die 
onrustzaaiende vrouw te vinden en op te sluiten. De weinigen die haar
echt gezien hadden schreeuwden het hardst. 


Waar is de ingang tot de heilige tempel

'Waar is de ingang tot de heilige tempel?' vroeg een vreemdeling aan de oude man, 
die voor zijn huis zat te luisteren naar de vroege voorjaarsvogels. 
Dat huis had hij in zijn jonge jaren gemaakt van 343 levende kersenbomen, 
die nu tot één grote holle boom vergroeid was. 'Van hoever ben je gekomen?' 
vroeg de oude man. 'Ik wandel al 7 jaren door het land en geen tempel bezit 
die machtige heiligheid die er beloofd te zijn.' 'Wel hier vind je die ook niet,' 
zei de oude 'tenzij je naast me komt zitten en het zoeken opgeeft.
' De vreemdeling nam plaats en de beide mannen brachten de dag samen door. 
'Ik begrijp het nog niet helemaal' zei de vreemdeling tenslotte en enigszins 
rusteloos nam hij afscheid. 

Na een jaar zocht hij de oude man weer op en nam plaats op hetzelfde bankje. 
'Mag ik een vraag stellen?' vroeg hij. 'Natuurlijk,' zei de oude 'maar vertel eens, 
hoe is het je vergaan sinds dat je hier was?' 'De tempels heb ik gemeden' zei hij 
'en ik ben op zoek gegaan naar het grote mysterie. Ik heb wijze
en heilige mensen ontmoet en hun adviezen opgevolgd. Ik ben heel stil geworden.' 
'Mooi,' zei de oude man 'en heb je het mysterie gevonden dat je zocht?' 
'Nee dat niet,' zei de man 'dat is mijn vraag, daarom heb ik je opgezocht.' 
Het was lang stil daar op dat bankje. De zon scheen en een vogel zong 
tussen de bomen. 'Misschien dat je het nu kunt vinden,' 
zei de oude man uiteindelijk 'het grote mysterie bevindt zich niet in 
het zoekgebied, niet in het donkere onbekende. Om het te vinden mag
geen gedachte er richting aan geven. Het is zuiver en woordeloos ... 
nú aanwezig als álles wat je ervaart.' Zijn vrouw kwam uit het huis, 
zij bracht hen wat te eten en te drinken. 
En het gewone was buitengewoon gewoon.